Skip Ribbon Commands
Skip to main content
Navigate Up
Sign In
 

In de uitoefening van functie of beroep, binnen onderzoek en onderwijs, maar ook persoonlijk, betekenen de ontwikkelingen op terrein van ICT voor professionals en wetenschappers onder andere dat zij sterker worden aangesproken op hun vermogen adequaat om te gaan met de grote hoeveelheden (wetenschappelijke) informatie die hen dagelijks bereiken, en waarvan zij geacht worden een substantieel deel te verwerken. Zij hebben daarbij te maken met problemen die typisch zijn voor de informatierijke situatie waarin zij zich bevinden. Het betreft problemen met:

  • betrouwbaarheid: wat is de kwaliteit / wetenschappelijke waarde van de informatie die binnenkomt;
  • toegankelijkheid: hoe toegang te verkrijgen tot de informatie die men tekort komt c.q. waar men feitelijk behoefte aan heeft;
  • communiceerbaarheid: hoe de eigen (wetenschappelijke) informatie die voor anderen waardevol kan zijn, naar buiten te brengen en/of hoe over deze informatie te communiceren?

De combinatie van problemen betekent een behoorlijk risico dat belangrijke delen van de body of knowledge van het betreffende vakgebied langere tijd onopgemerkt, ongebruikt of onbegrepen blijven. Meer in het algemeen bestaat het gevaar dat men de mogelijkheid onvoldoende benut om het professioneel handelen te enten op gevaloriseerde (door wetenschappelijke resultaten ondersteunde) kennis.

In 2005 heeft de Universiteit Utrecht daarom het initiatief genomen na te gaan welke maatregelen de afzonderlijke partijen die direct betrokken zijn in het proces van kenniscreatie voor ogen stonden om de problemen van professionals voor wat betreft (de overload in) de wetenschappelijke informatievoorziening op te lossen. Dit initiatief, waaraan personen van drie faculteiten, de universiteitsbibliotheek, het IVLOS en de directie ICT UU deel namen, leidde tot de uitwerking van het concept van virtuele kennis centra en een daarbij behorende leerlijn lidmaatschapstraject VKC's. Het eerste heeft vooral betrekking op de functionaliteiten en de inrichting van een virtuele omgeving die onder ICT geschikt is gemaakt voor het vervaardigen, opslaan, delen en valideren van wetenschappelijk materiaal onder vakgenoten. Het lidmaatschapstraject houdt vooral verband met de competenties waarover gebruikers van het kenniscentrum moeten beschikken en de weg die studenten, als toekomstige professionals, tijdens hun studie afleggen om deze competenties te verwerven (en daarmee lid te worden van het kenniscentrum). Er is sprake van een leerlijn omdat men de competenties niet in een enkelvoudige cursus aanleert. Het gaat om competenties aan de basis liggen van het academisch denken, onderzoeken en handelen terugkerend in de opbouw van het curriculum en gekoppeld aan de wetenschappelijke producten zoals deze in de verschillende stadia van de opleiding worden vervaardigd. Daarin gaat het niet om andere academische competenties dan die welke nu reeds gelden, maar wel om de vertaalslag ervan voor wat betreft het werken in een virtuele omgeving.

Samengevat: virtuele kenniscentra bieden oplossingen voor alle bovengenoemde problemen m.b.t. betrouwbaarheid, toegankelijkheid en communiceerbaarheid en worden door de UU als strategisch en didactisch middel ingezet om de professional te ondersteunen bij het efficiĆ«nt vergaren van informatie en het kunnen behouden van aansluiting bij de body of knowledge van zijn vakgebied. 

Kennis en ICT